Het fotografieproject dat in ‘Om (Mother) is vastgelegd, is een zeer welkome bouwsteen in de beeldvorming over de onderdrukking van Palestijnen. De vrouwen van acht Palestijnse families die in Tel Rumeida wonen, een wijk in de Palestijnse stad Hebron, leggen hun leven vast in foto’s. Deze wijk is een van de door het Israëlische leger zwaarst bewaakte gebieden, waardoor het dagelijkse leven voor de Palestijnse bevolking gekleurd is door altijd aanwezige vijandigheid en dreiging. Het is in deze context dat vrouwen veel thuisblijven en haast uit het straatbeeld verdwijnen; dat dus juist in deze context de acht matriarchen en hun vrouwelijke nageslacht het dagelijkse leven vastleggen is als een vorm van verzet. Het project is geïnitieerd door Barbara Debeuckelaere die meerdere keren in Hebron is geweest, onder meer met Adam Broomberg, die een essay voor `Om schreef en Barbara introduceerde in de wijk Tel Rumeida.
‘Om (Mother) is een handzaam boekje – een toegankelijk boekje. De verrassende warmte van de vaak huiselijke en familiaire sfeer in de foto’s wordt aangezet door de keuze voor bruin, vezelig papier voor de tekstdelen. De paar foto’s die als onderdeel van de inleiding en epiloog op dit bruine papier gedrukt zijn, treden des te mooier uit het papier naar voren. Tegelijkertijd sluimert er in het boek voortdurend iets dreigends, dat de warmte van veel van de foto’s goed aanvult – samen maken ze het leven in Tel Rumeida invoelbaar. De dreiging is bewerkstelligd door de foto’s omgeven door zwart te drukken, waardoor op alle pagina’s aan de snede een dikke, zwarte rand ontstaat die ook in de tekstdelen is doorgetrokken. Deze combinatie van warmte en duisternis brengt het gevoel van dagelijks leven in onderdrukking indrukwekkend over.
De lettertypes zijn goed op elkaar afgestemd: het script van de Arabische letter en de schreef van de Latijnse letter passen goed bij elkaar, terwijl het monospace lettertype voor de paratekst goed contrasteert. Het boekbindersgaas op de rug loopt een paar millimeter over de tekst van de titelpagina heen, en lijkt een latere toevoeging te zijn aan wat eigenlijk een blote rug moest zijn. Linnen dat minder ver doorliep, dat in de breedte bijvoorbeeld symmetrisch was geweest aan het zwart aan de snede, zou een verzorgdere indruk hebben gemaakt. De tekst ‘Free Palestine’ op de achterzijde van het omslag en op een van de meer onheilspellende foto’s van een rookpluim en vlammen aan de binnenzijde van het stofomslag geven treffend weer in welke context dit fotoproject zich heeft voltrokken.

