In Isle of Seven Cities belicht Stéphanie Roland de actuele vraag hoe je waar en onwaar van elkaar kunt onderscheiden. Dat doet ze op een speelse manier, namelijk vanuit de historische curiositeit van spookeilanden. Kaarten laten door de jaren heen niet alleen een andere geografie zien als gevolg van ‘ontdekkingen’ of tektonische activiteit; kaarten zijn evengoed een afspiegeling van een wereldbeeld als van de feitelijke wereld. Redenen voor het voortbestaan van niet bestaande eilanden op kaarten lopen uiteen. Zo is er Podesta dat ten westen van Chili zou liggen, waar economisch belang ertoe leidde dat de Chileense overheid nog in de jaren tachtig een pleidooi voerde voor het bestaan van het eiland. De aanleiding voor het voortbestaan van Brasil, dat ten westen van Ierland zou liggen, heeft daarentegen meer met een menselijke behoefte aan mythologie te maken: honderden jaren lang deden verhalen de ronde over het eiland als paradijselijk, in mist gehuld, en slechts eens in de zeven jaar zichtbaar.
De fotografische verkenning van dit wonderlijke thema wordt goed ondersteund met enkele materiële keuzes. Het stofomslag van het boek is gemaakt van hergebruikt plastic dat uit de oceaan is gevist. Deze zachte, plastic flap valt gewillig om het omslag, en blijft zonder dat het verlijmd is, goed op zijn plek zitten. In het binnenwerk is blauw kalkpapier gebruikt voor de tekstdelen en illustraties van de zeven besproken eilanden, waardoor deze over de omliggende foto’s komen te liggen. Het stofomslag en het kalkpapier, die beide licht doorlaten, dragen in combinatie met goed gedrukte foto’s met heel diepe, vaak donkere kleuren bij aan een gevoel van gelaagdheid in onderwerp en ontwerp. Het kleurenpalet van materialen en inkten is zorgvuldig samengesteld en zorgt voor een prettige samenhang in dit mysterieuze boek.

