Nachtclub De School is in Het altijd op een verrassende manier vastgelegd voor het nageslacht. Al vanaf haar opening in 2016 kende deze club, die internationale faam genoot, een tijdelijk karakter. Begin 2024 sloten haar deuren.
Wanneer je met een publicatie wilt terugblikken op een locatie en de organisatie die daarachter schuilgaat, ligt het voor de hand om vaste gasten te interviewen, initiatiefnemers nog eens lang en breed hun visie op schrift te laten stellen en iemand met aanzien – wie dat ook wezen mag – een essay over de relevantie van wat nu ter ziele gaat, te laten schrijven. In Het altijd kom je daarentegen één zin tegen: “Het altijd is dedicated to all De School’s staff members, artists, collaborators, dancers, dreamers, and the Post CS contributors who laid our solid foundation.” Zo is er geen woord te veel gezegd in deze ode aan De School, en deze inhoudelijke keuze komt de sfeer van de locatie ten goede.
Dat woorden grotendeels ontbreken, en dat er is gekozen voor een losbladige uitgave, wil niet zeggen dat de inhoud en de lezer slechts op hoop van zegen aan elkaar worden overgeleverd. Uiteenlopende typen foto’s en beeld, van portretten tot interieur en van plattegronden tot thermografische opnames, gedrukt op verschillende papiersoorten vertellen op een eigen manier alsnog een verhaal. Hoe zagen alle betrokkenen deze plek? Wat hadden de initiatiefnemers voor ogen? De lezer krijgt een indruk; maar ook de vrijheid om hier zelf mee aan de haal te gaan. Daarmee heeft het nageslacht iets van De School echt voor altijd in handen; en niet alleen iets van toen.

